De tweede Keiekletsavond 2016 is een feit. Met drie amusementsgroepen en tonprater Rob Scheepers was het een echte Helmondse avond. Toch voelden ook Mark van den Tillaar uit Someren, Harry Hens uit Waalwijk en Arian Compen uit Soerendonk zich thuis, in ieder geval in de ton.

Als eerste trad Mark van den Tillaar aan. Hij kroop in de huid van Prins Bernhard, weliswaar gereïncarneerd. Met Duitse tongval verhaalde hij over zijn reis met Prins Claus die in de hemel zijn eigen taxicentrale was begonnen. Samen reden ze via de Melkweg, Dutzeldorf en het Roergebied. Ondertussen deed hij uit de doeken wat er wel en niet klopte van wat er in de boeken over hem geschreven was. Bijvoorbeeld dat hij van uitslapen hield, want thuis slapen vond hij niet fijn.

De tweede kletser was de Heer Zaliger, eigenaar van uitvaartonderneming ‘De houten pyjama’. Kletser Harry Hens was blij dat er zoveel mensen gehoor hadden gegeven aan zijn uitnodiging van deze ‘informatieavond’ waarin hij vertelde hoe hij 32 jaar geleden onderaan was begonnen, als grafdelver. Ondanks dat hij benadrukte dat hij altijd positief was ingesteld, doorklonk er ironie door in onderkoelde opmerkingen als “ik had er toch iets meer van verwacht” en “het begint los te komen”.

Kletser nummer drie was dansadrietje, een dansmarieke met ballen. Arian Compen maakte direct duidelijk waarvoor hij kwam: “Winnen is belangrijker als meedoen!” Maar of hij ook wist wat hij moest doen? “Mi Mekare hebben we iets gemeen,” zo sprak hij tegen het publiek, “we weten geen van allen wa ik ga zeggen.” Omdat zijn vader zijn drie dochters en zoon gelijk wilde behandelen, moest ook Adrie op cursus om dansmarieke te worden. Nu was hij in Helmond om de cursus zelf te geven. Met succes, op zijn kreet “Soep!” reageerde het publiek gretig: “Ballen!”

Tot slot was de beurt aan, zelfuitgeroepen, ‘Ondernemer van het jaar’ Rob Scheepers uit Helmond. Met z’n vrouw, broer en schoonzus was hij een eenmanszaak in bedden begonnen, ‘Het Helmonds matras’. Vernoemd naar zijn vrouw. De gewiekste ondernemer kwam dus in een gespreid bedje terecht. Broer Koos ambieerde wel een leidinggevende functie in de zaak en daarom mocht hij de lakens uitdelen.

De avond werd verder ingevuld door Spoit Elf, de amusementsgroep die na 22 jaar voor het laatst op de bühne stond. Met ouderwets gezellige meezingers kregen ze het publiek direct bij het eerste nummer aan het lallen. Striepke Veur maakte later indruk met een mooie ballade over hun angst dat we steeds meer kwijt raken in Holland: “Geen zwarte Zwarte Pieten meer, wa du da verrekes zeer.” Pépurklip sloot de rij van het amusement. Hoewel ze benadrukten dat ze ontzettend veel van de dames in de publiek hielden, moest het vrouwvolk het aanvankelijk toch wat ontgelden. Gelukkig trokken ze nog het boetekleed aan: “Vrouwen houden van iets simpels: mannen!”